Stille Veerkade

Stille Veerkade.

Kijk maar naar die zwerver ,jij met je mooie aktetas.
Want morgen lig je zelf misschien wel aan het gas.
Leve de consumptiemaatschappij,
iedereen ziek, alleen de Shell en Esso blij.

We worden vergast door die mooie automobiel.
Hij is zo mooi, maar o zo duur.
met de duivel achter het stuur.
Mensen creperen later,
dus dat zie je niet.
Die eens zo mooie kade,
verzopen in verdriet.

refrein
Stille Veerkade, grachtje van weleer.
Het stinkt en het is vol
met vrachtverkeer,
Stille Veerkade, grachtje van weleer.
De gemeente houdt de poot stijf,
helemaal verkeerd.

Het stoplicht staat op rood, wit blauw,
een junkie staat te hoesten,
met een kleur van grauw en kou.
Een heroinehoer wordt gek,
ze weet het ook niet meer.
Ze wordt compleet gestoord,
van al dat kutverkeer.

Er is weer ingebroken
en je wagen een wielklem in,
De rekening gaat nooit naar Maxima,
maar naar een minimagezin.
Een grijze bol bij de bakker aan de overkant.
Je bent al half gestikt,
voordat je daar bent aangeland

refrein
Stille Veerkade, grachtje van weleer.
Het stinkt en het is vol
met vrachtverkeer,
Stille Veerkade, grachtje van weleer.
De gemeente houdt de poot stijf,
helemaal verkeerd.


Het stoplicht op oranje,
de kleur van ambulance.
Ze rijden af en aan,
in regelmatige kadans.
Voor de economie moet alles wijken,
totdat we eraan bezwijken.
Ze gaan er iets aan doen,
in het volgend stemseizoen.

Tekst: Nicko Christiansen Muziek: Robert Berger